batpas.eu

Geldt het batterijpaspoort voor een thuisbatterij of stationaire opslag?

Thuisbatterijen vallen eronder als industriële batterij boven 2 kWh

Een thuisbatterij of stationair opslagsysteem valt onder het digitale batterijpaspoort wanneer de capaciteit boven de 2 kWh ligt. De batterijenverordening deelt batterijen in categorieën in — draagbare batterijen, batterijen voor lichte vervoermiddelen, batterijen voor voertuigen (SLI), EV-batterijen en industriële batterijen. Een thuisbatterij die stroom opslaat voor gebruik in of rond een woning, of een groter stationair systeem bij een bedrijf, wordt binnen die indeling gezien als industriële batterij. Zodra de capaciteit van dat systeem boven de 2 kWh uitkomt, geldt voor die batterij hetzelfde regime als voor andere industriële batterijen: een digitaal paspoort met daarin de gegevens over samenstelling, herkomst, prestaties en herstelbaarheid van de batterij.

Wat wel en niet onder deze categorie valt

De paspoortplicht raakt stationaire energieopslagsystemen die als zelfstandige batterij op de markt worden gebracht — de accu in een thuisbatterij-installatie, een buffersysteem bij een bedrijfspand, of een grotere opslageenheid bij een zonnepark. Artikel 12 van de verordening noemt stationaire batterijsystemen voor energieopslag expliciet als eigen groep binnen de regelgeving, wat bevestigt dat deze systemen niet toevallig meeliften maar bewust onder de reikwijdte zijn gebracht. Waar de grens wél ligt: een kleine back-upbatterij onder de 2 kWh, zoals sommige compacte noodstroomunits, valt buiten de drempel die voor het paspoort geldt. Ook een batterij die als onderdeel is ingebouwd in een ander apparaat en niet los op de markt wordt gebracht, wordt anders beoordeeld dan een zelfstandig verkocht opslagsysteem. Voor die grensgevallen is het de samenstelling van het product — losse batterij of geïntegreerd onderdeel — en de daadwerkelijke capaciteit die bepalen onder welke categorie iets valt, niet de naam waaronder het product wordt verkocht.

Vanaf 18 februari 2027, net als de andere categorieën

Voor thuisbatterijen en stationaire opslag boven 2 kWh geldt dezelfde datum als voor de andere categorieën waarvoor een paspoortplicht geldt: 18 februari 2027. Tot die datum is er geen paspoortverplichting, maar dat betekent niet dat er tot dan niets speelt. De verordening kent naast de paspoortplicht ook eisen aan de veiligheid van stationaire batterijsystemen, vastgelegd in artikel 12. Die veiligheidseisen staan los van het paspoort en volgen hun eigen regime — het is dus niet zo dat een fabrikant of importeur tot 2027 helemaal niets hoeft voor te bereiden op het gebied van batterijveiligheid. Voor de paspoortverplichting zelf geldt: de aanloop tot 18 februari 2027 is de periode waarin gegevens verzameld en systemen ingericht worden, zodat op de ingangsdatum het paspoort daadwerkelijk beschikbaar is voor elke batterij die vanaf dat moment op de markt wordt gebracht.

Zo pak je dit aan als leverancier van thuisbatterijen

De eerste stap is vaststellen of het product binnen de definitie van industriële batterij valt en of de capaciteit boven de 2 kWh drempel uitkomt — dat bepaalt of er een paspoortplicht ontstaat. Daarna is het van belang te weten wie in de keten als fabrikant of importeur wordt aangemerkt, want die partij is de bron van de gegevens die in het paspoort terechtkomen: samenstelling van de cellen, herkomst van grondstoffen, capaciteit, levensduur en informatie over reparatie en recycling. Vervolgens is het praktisch om na te denken over hoe die gegevens worden vastgelegd en beschikbaar gemaakt via een QR-code op de batterij zelf, en wie die data gedurende de levensduur van het product actueel houdt — de verordening vraagt om een paspoort dat gedurende de hele levensduur van de batterij toegankelijk blijft, niet alleen bij verkoop. Voor wie zowel thuisbatterijen als grotere stationaire systemen verkoopt, is het zinvol per productlijn apart te bepalen of de capaciteitsdrempel wordt gehaald, aangezien dat per model kan verschillen.

Waar dat staat: artikel 1, 3 en 12

De indeling in batterijcategorieën en het toepassingsgebied van de verordening volgen uit artikel 1 en de definities in artikel 3 van Verordening (EU) 2023/1542 (batterijenverordening). Daarin wordt vastgelegd welke soorten batterijen onder de regelgeving vallen en hoe categorieën zoals industriële batterijen worden afgebakend. Artikel 12 van dezelfde verordening gaat specifiek in op de veiligheid van stationaire batterijsystemen voor energieopslag en bevestigt daarmee dat deze systemen als aparte, erkende groep binnen de verordening worden behandeld.

Wie wil nagaan of een specifiek thuisbatterij-model onder de paspoortplicht valt, doet er goed aan de capaciteit van het model naast de definities in artikel 3 te leggen en bij twijfel de officiële tekst van de verordening te raadplegen via de link onder dit artikel.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

Een thuisbatterij of een stationair opslagsysteem valt niet automatisch in dezelfde categorie als een EV-batterij of een LMT-batterij. De batterijenverordening werkt met verschillende categorieën, en welke categorie van toepassing is bepaalt welke verplichtingen erbij horen — inclusief de vraag of er een digitaal batterijpaspoort nodig is. Voor de precieze indeling is het zinvol om te kijken naar welke batterijen vallen onder de batterijenverordening, want een thuisbatterij kan afhankelijk van opbouw en toepassing anders worden ingedeeld dan op het eerste gezicht lijkt.

Vaststellen onder welke categorie de batterij valt

Artikel 3 van de Verordening (EU) 2023/1542 (batterijenverordening) geeft de definities waarmee categorieën als draagbare batterij, LMT-batterij, elektrische-voertuigbatterij, industriële batterij en startaccu van elkaar worden onderscheiden. Een thuisbatterij die is opgebouwd uit cellen en bedoeld is voor stationaire energieopslag, valt doorgaans onder het regime voor industriële batterijen. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers dat dit soort systemen importeert, samenstelt of verhandelt, betekent dat: eerst vaststellen in welke categorie het product volgens artikel 3 valt, en pas daarna kijken welke verplichtingen daarbij horen. Dat is geen formaliteit — de gevolgen voor paspoort, documentatie en veiligheidseisen verschillen per categorie.

Nagaan of de 2 kWh-grens van toepassing is

Voor industriële batterijen geldt een vermogensgrens. Batterijen boven 2 kWh vallen onder een zwaarder regime dan kleinere industriële batterijen. Voor thuisbatterijen is deze grens vaak relevant, omdat veel stationaire opslagsystemen voor woningen boven die grens uitkomen. Wat die grens precies inhoudt voor de verplichtingen die daarna volgen, staat uitgewerkt op de pagina over wat de grens van 2 kWh betekent voor industriële batterijen. Voor een bedrijf dat meerdere modellen of vermogensklassen levert, is het praktisch om deze grens per productlijn te toetsen, in plaats van één aanname te doen voor het hele assortiment.

Voldoen aan de veiligheidseisen voor stationaire opslag

Artikel 12 van de Verordening (EU) 2023/1542 (batterijenverordening) stelt eisen aan de veiligheid van stationaire batterijsystemen voor energieopslag. Dat artikel raakt niet alleen de vraag of er een paspoort komt, maar ook hoe het product technisch en documentair wordt onderbouwd. Voor een importeur of assembleur van thuisbatterijen betekent dit dat veiligheidsdocumentatie een vast onderdeel wordt van het samenstellen van het product, naast de gegevens die eventueel in een paspoort terechtkomen. Deze eis staat los van de vraag of het specifieke systeem al paspoortplichtig is — de veiligheidseis uit artikel 12 geldt voor stationaire opslagsystemen als zodanig.

Bepalen of en wanneer het paspoort verplicht wordt

Voor batterijen die onder het paspoortregime vallen, geldt een vaste ingangsdatum. Welke datum voor welke categorie geldt, staat toegelicht op de pagina over wanneer het batterijpaspoort verplicht wordt. Voor een bedrijf dat thuisbatterijen op de markt brengt, is het van belang om deze datum te koppelen aan de eigen productcategorie, in plaats van uit te gaan van de datum die voor een andere categorie — zoals LMT-batterijen — bekend is geworden. Verwarring hierover ontstaat vaak omdat verschillende categorieën in de berichtgeving door elkaar worden genoemd.

Waar het misgaat in de praktijk

Een eerste situatie die vaak voorkomt: een bedrijf neemt aan dat een thuisbatterij automatisch als "draagbare batterij" geldt omdat het apparaat relatief compact is en in een woning wordt geplaatst. De definities in artikel 3 kijken echter niet naar formaat of locatie, maar naar opbouw en toepassing — en dat leidt bij stationaire opslag geregeld tot een andere indeling dan verwacht.

Een tweede situatie: een importeur van thuisbatterijen gaat ervan uit dat de 2 kWh-grens alleen relevant is voor bedrijfsmatige industriële toepassingen, zoals machinebouw, en niet voor consumentenproducten. Die aanname klopt niet zonder meer — de grens is gekoppeld aan het vermogen van de batterij, niet aan de omgeving waarin die wordt gebruikt.

Een derde situatie: een bedrijf richt zich volledig op het paspoort en de bijbehorende data, maar besteedt geen aandacht aan de veiligheidseisen uit artikel 12. Voor stationaire opslagsystemen staan deze eisen los van de paspoortplicht en gelden ze onafhankelijk daarvan.

Een vierde situatie: een assembleur van thuisbatterijsystemen bouwt cellen van verschillende leveranciers in één systeem, zonder dat vooraf is vastgelegd wie welke gegevens aanlevert. Als later blijkt dat het systeem paspoortplichtig is, ontbreekt de basisinformatie om het paspoort samen te stellen, en moet die alsnog bij de celleverancier worden opgehaald.

Een vijfde situatie: een bedrijf verwart de regels voor thuisbatterijen met die voor de accu van een e-bike of scooter, omdat beide "in huis" gebruikt worden. Deze categorieën zijn niet met elkaar te vergelijken — voor lichte vervoermiddelen gelden andere definities, die worden toegelicht op de pagina over wat een batterij voor lichte vervoermiddelen (LMT-batterij) is.

Wat u kunt vastleggen

  • Een schriftelijke onderbouwing van de productcategorie waaronder de thuisbatterij valt, met verwijzing naar de definities uit artikel 3 van de Verordening (EU) 2023/1542 (batterijenverordening).
  • Het vermogen (in kWh) van elk model of elke productlijn, zodat per model duidelijk is of de 2 kWh-grens van toepassing is.
  • Documentatie over de veiligheidseisen uit artikel 12, apart bijgehouden van de paspoortgegevens, zodat beide dossiers los van elkaar controleerbaar zijn.
  • Afspraken met celleveranciers en toeleveranciers over welke technische gegevens worden aangeleverd, en op welk moment in het samenstelproces.
  • Een overzicht van de relevante ingangsdatum voor de eigen productcategorie, zodat interne planning niet uitgaat van een datum die voor een andere categorie geldt.
  • Een intern kader waarin is vastgelegd wie binnen het bedrijf verantwoordelijk is voor het bijhouden van wijzigingen in de indeling, mocht een productlijn qua vermogen of opbouw veranderen.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.