batpas.eu

Welke batterijen vallen onder de batterijenverordening?

Vijf categorieën batterijen, drie met een digitaal paspoort

De batterijenverordening (Verordening (EU) 2023/1542) geldt in beginsel voor vrijwel elke batterij die in de Europese Unie op de markt wordt gebracht, ongeacht chemie, vorm of toepassing. De verordening onderscheidt daarbinnen vijf categorieën: draagbare batterijen (denk aan batterijen in telefoons en huishoudelijke apparaten), start-accu's voor voertuigen en machines (SLI-batterijen), batterijen voor lichte vervoermiddelen zoals e-bikes en scooters (LMT-batterijen), industriële batterijen, en batterijen voor elektrische voertuigen (EV-batterijen). Niet elke categorie krijgt dezelfde verplichtingen. Het digitale batterijpaspoort is specifiek verplicht voor drie van deze groepen: LMT-batterijen, industriële batterijen boven 2 kWh, en EV-batterijen. Voor draagbare batterijen en gewone start-accu's gelden andere regels uit dezelfde verordening, maar niet de paspoortplicht.

Wie hiermee te maken krijgt, en waar de grens ligt

Deze indeling raakt vooral partijen die batterijen of producten met batterijen op de EU-markt brengen: fabrikanten, importeurs en in sommige gevallen distributeurs. Het maakt daarbij niet uit of de batterij los wordt verkocht of al is ingebouwd in een e-bike, scooter, auto of machine — de verordening kijkt naar de batterij zelf, niet naar de vorm waarin die de consument bereikt. Voor de doelgroep van dit platform betekent dit concreet: een importeur van e-bikes of scooters heeft te maken met LMT-batterijen, een machinebouwer met industriële batterijen (waarbij de grens van 2 kWh bepalend is voor de paspoortplicht), en partijen in de elektrische-voertuigketen met EV-batterijen.

Niet alles valt eronder. Batterijen die zijn ingebouwd in apparatuur die dient ter bescherming van de essentiële veiligheidsbelangen van een lidstaat, en batterijen in uitrusting die bestemd is om de ruimte in te worden gestuurd, vallen buiten het toepassingsgebied. Ook binnen de categorieën die wél onder de verordening vallen, geldt de paspoortplicht dus niet automatisch voor alles: een kleine industriële batterij onder de 2 kWh-grens valt bijvoorbeeld wel onder de algemene batterijenverordening, maar niet onder de specifieke paspoortverplichting. Wie twijfelt of een product in een categorie valt, doet er goed aan de definities in artikel 3 van de verordening zelf te raadplegen — die definities zijn gedetailleerder dan een korte samenvatting kan weergeven.

Vanaf 18 februari 2027 verplicht voor de drie genoemde categorieën

Het digitale batterijpaspoort wordt verplicht vanaf 18 februari 2027, voor LMT-batterijen, industriële batterijen boven 2 kWh en EV-batterijen. Tot die datum bestaat er geen wettelijke verplichting om voor deze batterijen een paspoort te voeren, al kunnen fabrikanten en importeurs er wel voor kiezen alvast gegevens te verzamelen en systemen in te richten, zodat de overstap op het moment zelf geen haastwerk wordt. Andere onderdelen van de batterijenverordening — over materiaalgebruik, etikettering of informatieverstrekking bijvoorbeeld — kennen mogelijk eigen ingangsdata die niet in dit artikel worden behandeld; voor die verplichtingen is de officiële tekst van de verordening de aangewezen bron.

Hoe dit in de praktijk uitpakt

Voor wie nagaat of dit relevant is, is de eerste stap vaststellen in welke categorie de batterij valt: draagbaar, SLI, LMT, industrieel of EV. Voor een e-bike- of scooterimporteur ligt dat meestal voor de hand — LMT — maar bij industriële toepassingen is de tweede stap belangrijker: bepalen of het opgegeven vermogen boven of onder de 2 kWh-grens ligt, want daar hangt de paspoortplicht van af. Vervolgens is het zinvol te inventariseren welke gegevens over de batterij al beschikbaar zijn bij de fabrikant of leverancier — chemie, herkomst van materialen, prestaties, reparatie- en recyclinginformatie — omdat die gegevens de basis vormen voor een paspoort. Wie deze inventarisatie ruim voor de ingangsdatum start, voorkomt dat het verzamelen van ontbrekende informatie bij de fabrikant zelf onder tijdsdruk komt te staan. Tot slot is het praktisch om na te gaan wie in de keten verantwoordelijk is voor het daadwerkelijk aanmaken en hosten van het paspoort: de fabrikant, de importeur, of een derde partij die dat namens hen doet.

Waar dit op is gebaseerd: artikel 1, artikel 3 en artikel 77

Het toepassingsgebied van de verordening staat in artikel 1, de definities van de verschillende batterijcategorieën in artikel 3. De verplichting tot een digitaal batterijpaspoort voor LMT-, industriële en EV-batterijen, met de bijbehorende ingangsdatum, is vastgelegd in artikel 77 van dezelfde verordening. Voor de precieze formulering van de definities en de uitzonderingen is de volledige tekst van Verordening (EU) 2023/1542 de aangewezen bron.

Wie op basis hiervan wil vaststellen of een specifieke batterij of product onder de paspoortplicht valt, doet er goed aan de eigen productcategorie te toetsen aan de definities in artikel 3 en bij twijfel de volledige verordening te raadplegen; van daaruit is de volgende praktische stap het in kaart brengen van de gegevens die een fabrikant of importeur al beschikbaar heeft.

Waar dit op gebaseerd is

De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

De batterijenverordening deelt batterijen in categorieën in, en welke categorie van toepassing is bepaalt welke verplichtingen gaan gelden. Artikel 3 van Verordening (EU) 2023/1542 (batterijenverordening) noemt onder meer draagbare batterijen, batterijen voor lichte vervoermiddelen (LMT-batterijen), batterijen voor elektrische voertuigen (EV-batterijen), industriële batterijen en autobatterijen (startaccu's). Voor een bedrijf dat batterijen of producten met batterijen op de markt brengt, betekent dit vooral: eerst uitzoeken in welk vakje een product valt, en dan pas kijken wat er nog geregeld moet worden.

Vaststellen in welke categorie een batterij valt

De indeling is niet altijd vanzelfsprekend. Een accu die in een e-bike zit, lijkt op het eerste gezicht een gewone draagbare batterij, maar valt volgens de definities in artikel 3 in de praktijk vaak onder de categorie lichte vervoermiddelen. Voor een importeur of handelaar met meerdere productlijnen — e-bikes, scooters, maar misschien ook powerbanks of gereedschapsaccu's — betekent dit dat elk type batterij los beoordeeld moet worden. Er bestaat geen "batterij in het algemeen"; de verplichtingen hangen samen met de categorie waarin een batterij wordt geplaatst. Wie hier twijfelt, kan de vraag heeft de accu van een e-bike of scooter een batterijpaspoort nodig en de bredere uitleg over wat een batterij voor lichte vervoermiddelen (LMT-batterij) is als uitgangspunt gebruiken.

Beoordelen of het paspoort van toepassing is

Niet elke categorie krijgt dezelfde verplichtingen op hetzelfde moment. Voor industriële batterijen geldt bijvoorbeeld een drempel: pas boven een bepaald vermogen worden de paspoortverplichtingen relevant. Voor een machinebouwer die batterijpakketten inbouwt in eigen apparatuur betekent dit dat de capaciteit van de batterij een eerste, concrete check is, voordat er verder wordt gekeken naar wie het paspoort samenstelt. De pagina over de grens van 2 kWh voor industriële batterijen gaat hier verder op in.

Bepalen wie in de keten verantwoordelijk is

Zodra vaststaat dat een batterij onder een paspoortplichtige categorie valt, is de volgende vraag wie in de keten de gegevens moet aanleveren en wie verantwoordelijk is voor het op de markt brengen. Bij een batterij die los verkocht wordt, ligt dat meestal bij de fabrikant of importeur die de batterij als eerste in de EU op de markt brengt. Bij een batterij die ingebouwd zit in een groter product — een e-bike, een scooter, een machine — ligt die vraag genuanceerder, omdat zowel de batterijfabrikant als de assembleur van het eindproduct een rol kunnen hebben. Dit is precies het punt waar veel bedrijven van 10 tot 100 medewerkers vastlopen, en de pagina de batterij zit ingebouwd in mijn product — wie maakt dan het paspoort gaat hier specifiek op in.

Navragen of een uitzondering van toepassing is

Artikel 1 beschrijft ook het toepassingsgebied, en daarbinnen bestaan uitzonderingen en grensgevallen. Een startaccu van een auto valt bijvoorbeeld onder een andere categorie dan een EV-batterij, met andere gevolgen voor de paspoortplicht. Ook een thuisbatterij of stationaire opslag kent een eigen positie binnen de verordening, die niet automatisch gelijk is aan die van een industriële batterij in een machine. Voor bedrijven die met meerdere batterijtypes werken is het navragen van deze uitzonderingen geen overbodige stap, maar onderdeel van een zorgvuldige indeling. Zie hiervoor valt de startaccu van een auto onder het batterijpaspoort en geldt het batterijpaspoort voor een thuisbatterij of stationaire opslag.

Waar het misgaat in de praktijk

Een importeur van e-bikes gaat ervan uit dat de accu een "gewone" draagbare batterij is, omdat die qua formaat op een grote powerbank lijkt, en mist daardoor dat de LMT-categorie andere eisen met zich meebrengt.

Een machinebouwer telt het vermogen van losse batterijmodules op tot het totale pakket boven de 2 kWh uitkomt, maar heeft de indeling per module al eerder gedaan en gaat daardoor per ongeluk uit van de verkeerde categorie.

Een handelaar in industriële accu's neemt aan dat een leverancier buiten de EU verantwoordelijk is voor het paspoort, terwijl diegene zelf degene is die de batterij als eerste binnen de EU op de markt brengt.

Een scooterimporteur beoordeelt alleen de hoofdbatterij, en vergeet dat een los verkocht reserveaccu-pakket als apart product opnieuw beoordeeld moet worden op categorie en toepassingsgebied.

Een bedrijf dat zowel draagbare gereedschapsaccu's als LMT-batterijen verkoopt, past voor het hele assortiment dezelfde aanpak toe, terwijl de verplichtingen per categorie uit elkaar lopen.

Wat u kunt vastleggen

  • Een overzicht per productlijn van het type batterij, met verwijzing naar de definitie uit artikel 3 van Verordening (EU) 2023/1542 (batterijenverordening) die daarop van toepassing wordt geacht.
  • Een vastgelegde onderbouwing van het vermogen of de capaciteit van elke batterij, met name relevant bij industriële batterijen rond de grens van 2 kWh.
  • Een overzicht van de plaats in de keten: wie de batterij als eerste in de EU op de markt brengt, en wie het eindproduct assembleert.
  • Een dossier per batterijtype met de gegevens die nodig zijn om te beoordelen of een uitzondering binnen het toepassingsgebied van artikel 1 van toepassing is.
  • Een verwijzing naar de relevante kennisbankpagina's als onderbouwing bij interne besluitvorming, bijvoorbeeld bij de vraag of het batterijpaspoort geldt voor de eigen batterijen of bij de vraag wat er precies verandert met de nieuwe batterijenverordening ten opzichte van eerdere regels.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.