Hoe geef ik elke batterij een unieke identificatie?
Elke batterij krijgt een unieke identificatiecode
Een unieke identificatie per batterij is een van de gegevens die in het batterijpaspoort komt te staan, en die code koppelt de fysieke batterij aan de digitale gegevens die erover zijn vastgelegd. Zonder die koppeling heeft een QR-code op een batterij weinig waarde: de code moet naar precies één set gegevens verwijzen, en niet naar een hele productlijn of een verzameling batterijen die onderling kunnen verschillen. De unieke identificatie is dus niet zomaar een serienummer voor de eigen administratie, het is het technische anker waarmee iedereen die de QR-code scant — een recycler, een controleur, een volgende eigenaar — bij de juiste, actuele gegevens van díé batterij terechtkomt.
Voor wie dit geldt, en voor wie niet
Dit onderwerp speelt bij batterijen waarvoor een digitaal paspoort verplicht wordt: EV-batterijen, batterijen voor lichte vervoermiddelen (denk aan e-bikes en scooters) en industriële batterijen boven 2 kWh. Voor deze categorieën is een unieke identificatie onderdeel van de gegevensset die in het paspoort moet staan. Het gaat hierbij nadrukkelijk niet om een vervanging van bestaande merktekens zoals de CE-markering of een typeaanduiding — die blijven apart bestaan. De unieke identificatie in het paspoort is een aanvullend gegeven, specifiek bedoeld om de batterij te kunnen terugvinden in het digitale systeem. Batterijen die buiten de scope van de paspoortplicht vallen, zoals kleine draagbare batterijen of industriële batterijen onder 2 kWh, hebben deze verplichting niet, ook al kan een fabrikant er natuurlijk voor kiezen om ook daar een intern volgnummer aan te houden.
Vanaf wanneer dit verplicht wordt
De verplichting tot een digitaal batterijpaspoort — en daarmee ook tot een unieke identificatie als onderdeel van de gegevensset — gaat gelden vanaf 18 februari 2027. Tot die datum bestaat er geen wettelijke verplichting om batterijen op deze manier te identificeren, maar er is wel alle reden om er eerder mee te beginnen: een unieke identificatie moet vanaf de productie of import consistent worden toegekend, en dat is lastig met terugwerkende kracht te repareren voor batterijen die al in omloop zijn. Wie nu al een nummering opzet die aansluit bij wat straks nodig is, hoeft dat systeem later niet te herbouwen.
Hoe dit in de praktijk werkt
De eerste stap is het kiezen van een systematiek die binnen de eigen organisatie geen dubbele nummers oplevert — niet binnen één model, en niet tussen verschillende modellen of batches onderling. Dat kan een doorlopend serienummer zijn, een combinatie van batchcode en volgnummer, of een ander systeem, zolang elke individuele batterij er een eigen, herleidbaar nummer aan overhoudt. De tweede stap is die identificatie vastleggen op het moment dat de batterij wordt geproduceerd of geïmporteerd, zodat er geen batterijen zijn die de fabriek verlaten zonder nummer of met een nummer dat later nog moet worden "opgezocht". De derde stap is die identificatie meesturen als onderdeel van de gegevens die worden aangeleverd voor het opstellen van het paspoort, samen met de overige gegevens uit bijlage XIII. De vierde stap is zorgen dat de identificatie fysiek herleidbaar blijft: de QR-datadrager op de batterij moet naar de juiste identificatie en dus naar het juiste paspoort verwijzen, en dat moet kloppen blijven zolang de batterij in gebruik is — in de praktijk dus voor de jaren dat het paspoort gehost wordt. Wie dit als importeur of handelaar aanlevert, doet er goed aan om vooraf een vaste plek in het eigen voorraadsysteem te reserveren voor dit nummer, zodat het niet per toeval of per medewerker verschillend wordt ingevuld.
Waar dit staat: artikel 78 en bijlage XIII
De verplichting tot een unieke identificatie volgt uit de combinatie van artikel 78 van Verordening (EU) 2023/1542, waarin het technische ontwerp en de werking van het batterijpaspoort worden geregeld — inclusief de manier waarop de QR-datadrager naar de juiste gegevens moet verwijzen — en bijlage XIII van diezelfde verordening, waarin is vastgelegd welke gegevens het paspoort moet bevatten. De unieke identificatie is daarin een van de opgenomen gegevenselementen, naast onder meer technische en samenstellingsgegevens van de batterij.
Wie nu al batterijen importeert of verhandelt die straks onder de paspoortplicht vallen, kan het beste beginnen met het inrichten van een eigen, sluitende nummering per batterij, en die vastleggen als vast onderdeel van de productie- of importadministratie. Op het moment dat de gegevens voor het paspoort worden aangeleverd, is die identificatie dan direct beschikbaar en hoeft er niet achteraf te worden uitgezocht welk nummer bij welke batterij hoort.
Waar dit op gebaseerd is
- Verordening (EU) 2023/1542, artikel 78 (technisch ontwerp en werking van het batterijpaspoort)
- Verordening (EU) 2023/1542, bijlage XIII (gegevens in het batterijpaspoort)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
Wat er van u wordt verwacht
Een identificatienummer dat de batterij zelf uniek maakt
Bijlage XIII van de batterijenverordening noemt de unieke identificatiecode van de batterij als onderdeel van de gegevens die in het batterijpaspoort moeten staan. Dat is niet hetzelfde als een modelnummer of een type-aanduiding: het gaat om een code die één individuele batterij onderscheidt van elke andere batterij, ook van hetzelfde model en dezelfde productiebatch. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit praktisch dat er een systeem moet zijn dat bij elke batterij die van de lopende band komt (of die wordt geïmporteerd) een nieuw, nooit eerder gebruikt nummer toekent. Een doorlopend serienummer per productielijn voldoet in beginsel, mits er geen dubbele nummers ontstaan tussen verschillende lijnen, fabrieken of leveranciers.
Het nummer koppelen aan de rest van het paspoort
Artikel 78 beschrijft dat het batterijpaspoort via een datadrager op de batterij toegankelijk moet zijn en dat deze verwijst naar de juiste, actuele gegevens. Het unieke identificatienummer is daarbij de schakel: het nummer dat op de batterij staat (of erin verwerkt is) moet één-op-één overeenkomen met het paspoort dat online wordt getoond. Voor een bedrijf betekent dit dat er geen los stukje administratie mag bestaan waarin nummers "ongeveer" of "per batch" worden toegekend — elk nummer moet aantoonbaar bij één paspoort horen. Wie dit koppelt aan een ERP- of voorraadsysteem, zorgt dat het identificatienummer automatisch meeloopt met andere productgegevens, in plaats van dat het handmatig wordt overgetypt.
Het nummer leesbaar en herleidbaar maken via de datadrager
Het unieke nummer moet niet alleen bestaan in een database, maar ook fysiek terug te vinden zijn bij de batterij. Dat gebeurt via de QR-code of vergelijkbare datadrager die naar het paspoort verwijst. Hoe die code precies op de batterij terechtkomt en aan welke technische eisen die moet voldoen, staat beschreven bij hoe de QR-code voor het batterijpaspoort op de batterij komt. Voor bedrijven die met barcodes of GS1-structuren werken, is het zinvol om te bekijken of het bestaande nummeringssysteem kan aansluiten op de manier waarop dat binnen GS1 Digital Link is opgezet, zodat er niet twee parallelle nummersystemen naast elkaar ontstaan.
Onderscheid houden tussen het batterijnummer en andere markeringen
Een batterij draagt vaak meerdere aanduidingen: een CE-markering, een chemie-aanduiding, een capaciteitsaanduiding en dus ook het unieke identificatienummer voor het paspoort. Deze staan naast elkaar maar hebben een andere functie. Welke etiketten en markeringen precies verplicht zijn en waarin die verschillen van het paspoortnummer, staat toegelicht bij etikettering en markering van batterijen. Voor een bedrijf dat zelf batterijen assembleert of importeert, is het praktisch relevant om bij de inrichting van het productieproces een duidelijk onderscheid te maken tussen deze markeringen, zodat ze elkaar niet overschrijven of verwarren.
Waar het misgaat in de praktijk
Een eerste situatie die vaak voorkomt: een importeur neemt batterijen af van meerdere fabrikanten die elk hun eigen interne serienummering gebruiken. Zonder correctie ontstaan dan dubbele nummers zodra twee fabrikanten toevallig hetzelfde nummer aan een batterij hebben gegeven. Het paspoort verwijst dan naar de verkeerde batterij of naar meerdere batterijen tegelijk.
Een tweede situatie: het unieke nummer wordt bij de productie toegekend, maar pas achteraf, met de hand, ingevoerd in het systeem dat de paspoorten beheert. Bij een foutje in het overtypen — een cijfer verwisseld, een nul vergeten — hoort het paspoort niet meer bij de juiste batterij.
Een derde situatie ontstaat bij batterijen die worden herverpakt of omgebouwd, bijvoorbeeld wanneer losse cellen worden samengesteld tot een nieuw batterijpack voor een lichte vervoermiddel. Het is dan niet altijd duidelijk of het oorspronkelijke nummer van de cel behouden blijft, of dat het samengestelde pack een geheel nieuw nummer krijgt. Zonder afspraak hierover ontstaan paspoorten die naar de verkeerde laag van het product verwijzen.
Een vierde situatie: een batterij wordt na verkoop vervangen onder garantie, en de vervangende batterij krijgt per ongeluk hetzelfde identificatienummer als de oorspronkelijke. Of een vervangende batterij helemaal geen eigen paspoort krijgt. Wat daarvoor precies geldt, staat beschreven bij een vervangende batterij en het eigen paspoort.
Een vijfde situatie doet zich voor wanneer een bedrijf zijn eigen nummering baseert op een reeks die ooit is opgezet voor interne voorraadadministratie, zonder rekening te houden met de eis dat het nummer blijvend en uniek moet zijn. Wanneer die interne reeks later wordt opgeschoond of hergebruikt — iets wat in voorraadsystemen wel vaker gebeurt — ontstaat het risico dat een nummer dat ooit aan een batterij is toegekend, jaren later aan een ander product wordt gegeven.
Wat u kunt vastleggen
- Een beschrijving van de nummeringsstructuur: hoe het unieke identificatienummer wordt opgebouwd, welke reeks daarvoor gereserveerd is, en hoe wordt voorkomen dat nummers dubbel worden toegekend tussen productielijnen, vestigingen of leveranciers.
- Een overzicht van het moment waarop het nummer wordt toegekend in het productie- of importproces, en wie daarvoor verantwoordelijk is.
- Een afspraak over hoe het identificatienummer wordt overgenomen in het systeem dat het paspoort beheert, inclusief een controle op foutieve invoer.
- Een vastgelegde regel over wat er gebeurt met het nummer bij ombouw, herverpakking of samenstelling van cellen tot een nieuw pack.
- Een aantekening over de omgang met vervangende batterijen: krijgt de vervanger een nieuw nummer, en hoe wordt de relatie met het oorspronkelijke paspoort vastgelegd.
- Een overzicht van waar en hoe deze nummers worden gearchiveerd, mede met het oog op de vraag hoe lang een batterijpaspoort beschikbaar moet blijven en waar de data van het batterijpaspoort online staat en wie dat beheert.
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.