wat wordt er bedoeld met een industriele batterij in de wet
Een industriële batterij is een restcategorie boven 2 kWh
Een industriële batterij is, kort gezegd, elke batterij die niet in een van de andere wettelijke categorieën past en die bedoeld is voor gebruik in bedrijfsmatige of professionele toepassingen. Artikel 3 van de Verordening (EU) 2023/1542 (batterijenverordening) omschrijft de industriële batterij als een batterij die specifiek is ontworpen voor industrieel gebruik, en die niet kwalificeert als draagbare batterij, als batterij voor lichte vervoermiddelen (LMT-batterij), als EV-batterij of als startaccu voor een voertuig. In de praktijk gaat het om batterijpakketten die energie leveren aan machines, robots, gereedschap, laadinfrastructuur, stationaire opslagsystemen en vergelijkbare toepassingen in een bedrijfsomgeving. Er is geen apart, positief gedefinieerd rijtje "dit zijn industriële batterijen" — de wet werkt met een uitsluitingsprincipe: alles wat overblijft na de andere categorieën, en dat bedrijfsmatig of industrieel wordt ingezet, valt hieronder.
Machinebouw en stationaire opslag, niet e-bikes of EV's
Deze definitie is vooral relevant voor machinebouwers, fabrikanten van elektrisch gereedschap voor bedrijfsmatig gebruik, leveranciers van stationaire energieopslag en partijen die batterijpakketten samenstellen voor industriële toepassingen. Voor wie twijfelt of een thuisbatterij of stationaire opslag onder deze categorie valt of onder een andere regeling, is er een apart antwoord over of het batterijpaspoort geldt voor een thuisbatterij of stationaire opslag. Waar de industriële batterij niet voor geldt: een accu die in een e-bike of scooter zit, valt in de categorie LMT-batterij (batterij voor lichte vervoermiddelen), ook al wordt die accu bedrijfsmatig verhandeld door een importeur. Wat een LMT-batterij precies inhoudt staat beschreven in wat een batterij voor lichte vervoermiddelen (LMT-batterij) is. Ook een EV-batterij (voor elektrische auto's) en een startaccu vallen buiten de industriële categorie, want die hebben ieder hun eigen definitie in artikel 3. En een draagbare batterij — licht, verzegeld, niet bedoeld voor industrieel gebruik — telt evenmin als industriële batterij, zelfs niet wanneer die batterij in een zakelijke context wordt gebruikt. Het onderscheid zit dus niet in wie de batterij koopt of gebruikt, maar in het ontwerp en de toepassing van de batterij zelf.
Binnen de industriële categorie trekt de wetgeving ook nog een grens: pas boven een vermogen van 2 kWh gelden de zwaarste verplichtingen, waaronder het batterijpaspoort. Wat die grens precies betekent voor industriële batterijen staat uitgewerkt op de pagina over de grens van 2 kWh voor industriële batterijen.
Vanaf 18 februari 2027 moet het paspoort er zijn
De verplichting om voor industriële batterijen boven 2 kWh een digitaal batterijpaspoort te voeren, gaat in op 18 februari 2027. Dat volgt uit artikel 77 van de Verordening (EU) 2023/1542 (batterijenverordening). Tot die datum bestaat er geen wettelijke plicht om het paspoort al te hebben, maar de voorbereiding — het verzamelen van de juiste gegevens over materialen, herkomst, prestaties en levensduur — vraagt tijd, zeker bij batterijen die via meerdere schakels in de toeleveringsketen tot stand komen. Een preciezere uitleg van wanneer de verplichting precies ingaat en wat daaraan voorafgaat staat op de pagina over wanneer het batterijpaspoort verplicht wordt.
Hoe te bepalen of een batterij industrieel is
Wie wil weten of een bepaalde batterij als industrieel geldt, kijkt eerst naar het ontwerp en de toepassing: is de batterij gemaakt voor gebruik in een machine, installatie of ander industrieel systeem, en niet voor een voertuig, een licht vervoermiddel of consumentenelektronica? Vervolgens is het zaak de andere categorieën uit te sluiten — geen EV-batterij, geen LMT-batterij, geen startaccu, geen draagbare batterij — want de industriële batterij is precies wat er overblijft. Daarna telt het vermogen: ligt dat boven 2 kWh, dan gelden de verplichtingen rond het batterijpaspoort in volle omvang. Bij batterijen die ingebouwd zitten in een groter apparaat of systeem, is het daarnaast van belang om te weten wie verantwoordelijk is voor het samenstellen van het paspoort; dat is uitgewerkt op de pagina over wie het paspoort maakt wanneer de batterij in een product zit. Voor een algemeen overzicht van welke batterijen precies onder de verordening vallen, en hoe de categorieën zich tot elkaar verhouden, is er de pagina over welke batterijen onder de batterijenverordening vallen.
Waar dat staat: artikel 1, artikel 3 en artikel 77
De indeling in batterijcategorieën, waaronder de industriële batterij, volgt uit artikel 3 van de Verordening (EU) 2023/1542 (batterijenverordening), waarin de definities zijn vastgelegd. Artikel 1 beschrijft het onderwerp en toepassingsgebied van de verordening als geheel, en plaatst de industriële batterij binnen het bredere stelsel van batterijcategorieën waarop de verordening van toepassing is. De verplichting tot een digitaal batterijpaspoort voor onder meer industriële batterijen boven 2 kWh volgt uit artikel 77 van dezelfde verordening.
Wie twijfelt of een specifieke batterij binnen deze definitie valt, doet er goed aan de eigen situatie te toetsen aan de omschrijvingen in artikel 3 en, bij twijfel over het toepassingsgebied in bredere zin, de pagina te raadplegen over of het batterijpaspoort geldt voor de eigen batterijen.
Waar dit op gebaseerd is
- Verordening (EU) 2023/1542, artikel 1 (onderwerp en toepassingsgebied) en artikel 3 (definities)
- Verordening (EU) 2023/1542, artikel 77 (batterijpaspoort)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
Wat er van u wordt verwacht
De batterijenverordening werkt met vaste categorieën, en "industriële batterij" is er één van. In artikel 3 van de Verordening (EU) 2023/1542 (batterijenverordening) staat de definitie: een industriële batterij is een batterij die is ontworpen voor industrieel gebruik, en die niet onder de andere categorieën valt — dus niet onder draagbare batterijen, niet onder LMT-batterijen (lichte vervoermiddelen), niet onder EV-batterijen en niet onder startaccu's van voertuigen. Het is in de praktijk een restcategorie: alles wat voor bedrijfsmatig of industrieel gebruik is gemaakt en nergens anders in past, valt hier onder.
Dat maakt de categorie breed. Een batterijpakket in een productiemachine, de energieopslag achter een laadstation, een noodstroomvoorziening in een serverruimte, een accupakket in een robotarm of een rolstoel met hoog vermogen — dat zijn allemaal voorbeelden die in de praktijk als industrieel worden aangemerkt. Voor bedrijven die machines, installaties of apparatuur bouwen met een ingebouwde batterij, is dit vaak de categorie waar hun product in valt, ook als "industrieel" op het eerste gezicht een zwaardere lading suggereert dan het apparaat in kwestie heeft.
Vaststellen of de batterij daadwerkelijk industrieel is
Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers dat batterijen inkoopt, verwerkt of doorverkoopt, is de eerste stap vaststellen in welke categorie een batterij precies valt. Dat gebeurt niet op gevoel, maar aan de hand van de definities in artikel 3. Praktisch betekent dit dat er per productlijn of per ingekocht batterijtype wordt gekeken: is dit een batterij voor een licht vervoermiddel, zit die in een voertuig, is die draagbaar bedoeld voor consumenten, of is die simpelweg voor iets anders — en dan is de kans groot dat "industrieel" de juiste kwalificatie is. Wie hier twijfelt, kan de vraag welke batterijen vallen onder de batterijenverordening? als vertrekpunt gebruiken om de categorieën naast elkaar te zetten.
De 2 kWh-grens meenemen in de beoordeling
Industriële batterijen zijn pas onderworpen aan de paspoortverplichting vanaf een bepaalde capaciteit. Dat is een cruciaal punt: een klein industrieel batterijpakket van een paar honderd wattuur valt onder een andere behandeling dan een groot pakket van tientallen kilowattuur. Voor bedrijven betekent dit dat de capaciteit van elk batterijtype in de eigen productlijn helder in kaart moet zijn — niet als losse technische specificatie, maar als iets dat direct bepaalt of het paspoorttraject van toepassing is. Meer over waar die grens precies ligt en wat hij betekent, staat bij wat betekent de grens van 2 kWh voor industriële batterijen?
Bepalen wie verantwoordelijk is voor het paspoort
Artikel 77 van de Verordening (EU) 2023/1542 (batterijenverordening), artikel 77 legt vast dat er voor batterijen die onder de paspoortplicht vallen een digitaal batterijpaspoort moet komen. Voor industriële batterijen die zelfstandig op de markt komen, ligt die verantwoordelijkheid meestal bij de fabrikant of de importeur die de batterij in de EU op de markt brengt. Voor batterijen die ingebouwd zitten in een machine of installatie, ligt de vraag wie verantwoordelijk is minder voor de hand — dat hangt af van wie het samengestelde product op de markt brengt. Machinebouwers die batterijen inkopen en verwerken in eigen apparatuur, doen er goed aan dit vooraf scherp te krijgen, en de pagina de batterij zit ingebouwd in mijn product — wie maakt dan het paspoort? gaat daar verder op in.
Onderscheid maken met verwante categorieën
Omdat industriële batterijen een restcategorie zijn, ontstaat de meeste verwarring aan de randen: waar houdt "industrieel" op en begint iets anders. Een batterij in een elektrische bakfiets kan bijvoorbeeld dicht tegen de definitie van een LMT-batterij aanschurken, en een stationair opslagsysteem bij een bedrijf kan zowel als industrieel als als iets anders worden gezien, afhankelijk van de toepassing. Voor bedrijven die dit soort grensgevallen in hun assortiment hebben, is het verstandig om per productgroep te documenteren waarom voor een bepaalde categorie is gekozen, en niet alleen te vertrouwen op hoe de leverancier het product noemt.
Waar het misgaat in de praktijk
Een eerste terugkerende situatie: een bedrijf neemt de aanduiding van de leverancier of fabrikant klakkeloos over, zonder zelf te toetsen aan de definitie in artikel 3. Als de leverancier het "industrieel" noemt terwijl het eigenlijk om een draagbare batterij gaat, of omgekeerd, ontstaat een verkeerde inschatting van de verplichtingen.
Een tweede situatie: de capaciteit van het batterijpakket wordt niet vastgelegd of niet gecontroleerd bij wijzigingen in het ontwerp. Een pakket dat aanvankelijk onder de 2 kWh-grens zat, kan bij een volgende productversie daar overheen gaan, zonder dat dit wordt opgemerkt in de administratie.
Een derde: bedrijven die machines of installaties bouwen met een ingebouwde batterij gaan ervan uit dat de batterijleverancier verantwoordelijk is voor het paspoort, terwijl die verantwoordelijkheid feitelijk bij degene ligt die het samengestelde eindproduct op de markt brengt.
Een vierde situatie doet zich voor bij bedrijven die zowel industriële als andere batterijtypen in hun assortiment hebben — bijvoorbeeld een importeur van zowel e-bike-accu's als stationaire opslagsystemen. Zonder een duidelijke indeling per productlijn wordt het paspoorttraject voor het ene type per ongeluk toegepast op het andere, of juist helemaal overgeslagen.
Een vijfde: bij twijfel over de categorie wordt de vraag te lang op de plank gehouden, terwijl duidelijkheid over de categorie de basis is voor alles wat daarna volgt — van de inhoud van het paspoort tot de vraag wie die moet aanleveren.
Wat u kunt vastleggen
- Een overzicht per productlijn of batterijtype, met daarbij de gekozen categorie (industrieel, LMT, draagbaar, EV of startaccu) en de onderbouwing daarvan aan de hand van artikel 3.
- De vastgestelde capaciteit (in kWh) van elk industrieel batterijpakket, inclusief het moment van vaststelling en wie dat heeft gedaan.
- Correspondentie of specificaties van de fabrikant of leverancier waarin de technische kenmerken van de batterij staan omschreven.
- Een vastgelegde afspraak over wie in de keten verantwoordelijk is voor het aanleveren van paspoortgegevens, zeker bij ingebouwde batterijen in eigen apparatuur.
- Een controlemoment bij productwijzigingen, zodat een aanpassing in het batterijpakket opnieuw wordt getoetst aan de indeling en de capaciteitsgrens.
Voor wie na deze indeling nog wil nagaan of de verplichting in de tijd al van toepassing is, geeft wanneer wordt het batterijpaspoort verplicht? daar meer duidelijkheid over.
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.