batpas.eu

welke sancties of boetes staan er op het ontbreken van een batterijpaspoort

De sanctie staat niet vast in de verordening zelf

De batterijenverordening bepaalt niet zelf welke boete er staat op het ontbreken van een batterijpaspoort. In artikel 93 van Verordening (EU) 2023/1542 (batterijenverordening) legt de verordening deze keuze bij de lidstaten: elke EU-lidstaat stelt zijn eigen regels vast voor sancties bij overtreding, en meldt deze regels aan de Europese Commissie. Dat betekent dat er geen vast Europees boetebedrag bestaat waar iedere marktdeelnemer in de hele EU aan gebonden is — Nederland, Duitsland en Frankrijk kunnen tot andere bedragen en andere sanctievormen komen. Wat de verordening wél voorschrijft, is dat de sancties "doeltreffend, evenredig en afschrikkend" moeten zijn. Dat is een kwalitatieve eis aan de nationale wetgever, geen concreet bedrag.

Voor wie dit geldt, en wat er los van staat

Artikel 93 is gericht op iedere marktdeelnemer die onder de batterijenverordening valt: fabrikanten, importeurs, distributeurs en gemachtigde vertegenwoordigers. Wie precies onder welke rol valt, en welke verplichtingen daarbij horen, staat beschreven op de pagina's over wie verantwoordelijk is voor het batterijpaspoort en over het onderscheid tussen importeur en fabrikant. Los van de sanctiebepaling van artikel 93 staat het traject uit de artikelen 79 tot en met 84: dat gaat over batterijen die een risico vormen of niet aan de eisen voldoen, en over de corrigerende maatregelen die daarbij horen — denk aan het laten aanpassen van een product, het uit de handel nemen ervan, of een terugroepactie. Dat traject staat los van de vraag welk bedrag een nationale toezichthouder kan opleggen; het gaat over wat er met het product zelf gebeurt, niet over de boete die de marktdeelnemer treft. Beide sporen kunnen naast elkaar lopen: een batterij zonder paspoort kan zowel onder de corrigerende maatregelen van artikelen 79-84 vallen als onder een nationale sanctie op grond van artikel 93.

Wanneer dit gaat spelen

De verplichting tot een digitaal batterijpaspoort geldt vanaf 18 februari 2027. Tot die datum is er geen paspoortplicht om te overtreden, en dus ook geen grondslag om op dat specifieke punt te handhaven. Wat nog niet vaststaat, is welk concreet boetebedrag of welke sanctievorm elke lidstaat gaat hanteren — die nationale uitwerking van artikel 93 is op dit moment niet openbaar vastgelegd in de bronnen die hier gebruikt worden, en verschilt naar verwachting per land. Wie hierover zekerheid wil, kan dit het beste volgen via de officiële implementatiewetgeving van het eigen land, zodra die verschijnt.

Wat dit concreet betekent voor de aanpak

De praktische volgorde begint niet bij de vraag "welke boete", maar bij de vraag "welke rol heb ik". Wie batterijen op de markt brengt, invoert, doorverkoopt of onder eigen merk aanbiedt, doet er goed aan eerst vast te stellen welke marktdeelnemersrol van toepassing is — dat bepaalt welke verplichtingen gelden en dus ook waarop gehandhaafd kan worden. Voor wie onder eigen merk verkoopt, staat dat uitgewerkt op de pagina over verkopen onder eigen merk; voor wie via een platform verkoopt op de pagina over verkopen via een online marktplaats. Daarna is het zinvol te kijken wat er praktisch gebeurt als het paspoort er niet is bij het ingaan van de verplichting — dat is apart uitgewerkt op de pagina wat gebeurt er als u niets doet. Vervolgens is het verstandig om te kijken of de eigen registratie als producent op orde is, wat samenhangt met de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, en of de conformiteitsverklaring en CE-markering kloppen — beide onderwerpen hebben een eigen pagina in deze kennisbank. Wie dat op orde heeft vóór 18 februari 2027, vermindert het risico op een sanctietraject aanzienlijk, simpelweg omdat de onderliggende verplichting dan is nageleefd.

Waar dit uit volgt: artikel 93 en de artikelen 79 tot en met 84

De grondslag voor sancties in het algemeen staat in artikel 93 van Verordening (EU) 2023/1542 (batterijenverordening): dit artikel verplicht lidstaten om doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties vast te stellen en aan de Commissie te melden, maar vult het bedrag of de vorm daarvan niet zelf in. De artikelen 79 tot en met 84 van dezelfde verordening regelen een ander onderdeel: het optreden tegen batterijen die een risico vormen of niet aan de eisen voldoen, met corrigerende maatregelen als resultaat. Beide grondslagen samen geven het volledige beeld: artikel 93 voor de sanctie op de overtreding zelf, de artikelen 79-84 voor het lot van het product dat niet voldoet.

Wat te doen

Wie nu al wil voorsorteren op de verplichting, begint met het vaststellen van de eigen marktdeelnemersrol en checkt of registratie, conformiteitsverklaring en CE-markering op orde zijn; de exacte hoogte van een nationale sanctie is nog niet openbaar per lidstaat vastgelegd, dus daar is op dit moment geen concreet bedrag aan te verbinden — de officiële implementatietekst van het eigen land is daarvoor de aangewezen bron zodra die verschijnt.

Waar dit op gebaseerd is

De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

De batterijenverordening regelt sancties in artikel 93: lidstaten stellen zelf de regels vast voor sancties bij overtreding, en die sancties moeten doeltreffend, proportioneel en afschrikkend zijn. Dat betekent dat er geen vast Europees boetebedrag in de verordening staat — elke lidstaat werkt dit nationaal uit. Voor een bedrijf dat batterijen op de markt brengt, verhandelt of importeert, komen daar een paar praktische verplichtingen uit die vóór 18 februari 2027 op orde moeten zijn.

Vaststellen wie de verplichting draagt

Voordat er iets over sancties te zeggen is, moet duidelijk zijn wie in de keten welke rol heeft. De verordening onderscheidt fabrikant, importeur, distributeur en gemachtigde vertegenwoordiger, en elke rol brengt andere verplichtingen met zich mee. Een bedrijf dat e-bikes of scooters importeert uit een land buiten de EU, doet er goed aan eerst te bepalen of het optreedt als importeur of fabrikant volgens de batterijenverordening, want de verplichtingen — en daarmee het risico bij een controle — verschillen daarna aanzienlijk.

Corrigerende maatregelen kunnen worden opgelegd

De artikelen 79 tot en met 84 beschrijven wat er gebeurt wanneer een batterij niet conform is of een risico vormt. Een toezichthoudende autoriteit kan een marktdeelnemer verplichten corrigerende maatregelen te nemen: het product laten voldoen, uit de handel nemen, of terugroepen. Dit staat los van artikel 93, maar in de praktijk lopen deze twee sporen vaak samen — een product zonder paspoort dat als non-conform wordt aangemerkt, kan zowel tot een corrigerende maatregel als tot een sanctie leiden. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit dat er iemand binnen de organisatie moet zijn die kan reageren als een autoriteit contact opneemt, en die weet welk dossier er per productlijn beschikbaar is.

Aantoonbaar maken wie waarvoor instaat

Wat een marktdeelnemer in de praktijk vooral beschermt, is aantoonbaarheid: kunnen laten zien dat de verplichtingen zijn nagekomen, en door wie. Dat geldt sterk voor partijen die producten onder eigen naam verkopen. Wie batterijen onder eigen merk verkoopt, neemt daarmee de verplichtingen van een fabrikant over, ook als de productie elders gebeurt. Ook distributeurs — groothandels, winkelketens — hebben een eigen rol; het is voor hen zaak te weten welke controles zij moeten uitvoeren voordat een batterij wordt doorverkocht, zoals beschreven bij de verplichtingen van een distributeur van batterijen.

Zorgen dat er een aanspreekpunt in de EU is

Voor fabrikanten buiten de EU is een gemachtigde vertegenwoordiger vaak nodig. Dit raakt direct aan de vraag wie aansprakelijk is wanneer een controle plaatsvindt: als er geen aanspreekpunt binnen de EU is aangewezen, ontstaat er onduidelijkheid over wie de autoriteit kan aanspreken. Zie hierover wanneer een gemachtigde vertegenwoordiger moet worden aangewezen voor batterijen.

Waar het misgaat in de praktijk

Het paspoort wordt pas achteraf geregeld. Een importeur brengt een lading e-bikeaccu's binnen en denkt het digitale productpaspoort later aan te vullen, "zodra de webshop live gaat". Tussen invoer en verkoop zit dan een periode waarin het product wettelijk al onder de verplichting valt, maar het paspoort nog ontbreekt.

Niemand heeft vastgelegd wie verantwoordelijk is. Bij een samenwerking tussen een merkeigenaar, een importeur en een groothandel blijkt bij een controle dat geen van de partijen zich als eindverantwoordelijke voor het paspoort beschouwt. Dit is precies de situatie die wordt toegelicht bij wie verantwoordelijk is voor het batterijpaspoort — de rol ligt niet bij wie het "toevallig" doet, maar bij wie volgens de verordening als marktdeelnemer geldt.

Verkoop via een marktplaats zonder paspoortdata. Een bedrijf verkoopt industriële batterijen via een online marktplaats en gaat ervan uit dat het platform de wettelijke verplichtingen afdekt. Dat is niet automatisch het geval; wat er specifiek verandert bij verkoop via een platform staat beschreven bij wat de batterijenverordening betekent bij verkoop via een online marktplaats.

De registratie als producent wordt vergeten. Een machinebouwer die industriële batterijen boven 2 kWh in eigen apparatuur verwerkt, beseft niet dat hiervoor een eigen registratieverplichting geldt naast het paspoort. Zie of en waar registratie als producent van batterijen moet plaatsvinden.

CE-markering en paspoort worden als één document behandeld. Een handelaar denkt dat de CE-markering en het digitale productpaspoort dezelfde lading dekken, en dat één van de twee voldoende is. Het gaat om twee aparte verplichtingen met een eigen basis in de verordening, toegelicht bij welke conformiteitsverklaring en CE-markering bij een batterij horen.

Wat u kunt vastleggen

  • Een overzicht van rollen per productlijn: wie is fabrikant, importeur, distributeur of gemachtigde vertegenwoordiger, per merk en productcategorie. Dit voorkomt dat bij een controle blijkt dat niemand zich verantwoordelijk voelde.
  • Een dossier per batterijtype met de herkomst van de gegevens die in het paspoort zijn verwerkt: wie heeft de data aangeleverd, en wanneer.
  • Afspraken met de fabrikant of leverancier over wie de gegevens voor het paspoort aanlevert en actualiseert, vastgelegd in het contract of in een aparte bijlage.
  • Een intern proces voor corrigerende maatregelen: wie neemt actie als een toezichthouder een non-conformiteit vaststelt, en binnen welke keten van verantwoordelijkheid.
  • Bewijs van registratie als producent, waar van toepassing, inclusief de datum waarop dit is gedaan.
  • Een overzicht van welke marktdeelnemer-rol op de organisatie van toepassing is — de term marktdeelnemer wordt in de verordening breed gebruikt en is bepalend voor wie welke verplichting draagt; toegelicht bij wat de term marktdeelnemer in de batterijenwetgeving betekent.

Wie op dit moment nog geen paspoort heeft en zich afvraagt wat dat concreet betekent voordat de datum van 18 februari 2027 is bereikt, vindt een bredere toelichting bij wat er gebeurt als er niets wordt gedaan. De sanctie zelf staat pas vast zodra de nationale wetgever dit heeft ingevuld op basis van artikel 93; tot die tijd is het vooral de aantoonbaarheid van de eigen dossiers die het verschil maakt tussen een correctie zonder gevolgen en een langduriger traject met een toezichthouder.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-09-05. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.