Welke gevaarlijke stoffen moet ik in het batterijpaspoort melden?
Stoffen uit bijlage I horen in het paspoort
De gevaarlijke stoffen die in het batterijpaspoort gemeld moeten worden, zijn de stoffen waarvoor een beperking geldt op grond van artikel 6 en bijlage I van Verordening (EU) 2023/1542 (batterijenverordening) — voor zover die stoffen daadwerkelijk in de batterij aanwezig zijn. Bijlage I bevat de lijst van stoffen waarvoor de batterijenverordening grenzen stelt aan het gebruik in batterijen, zoals cadmium en kwik. Als een batterij een van deze stoffen bevat, hoort die informatie thuis in de gegevensset die via het paspoort ontsloten wordt. Het gaat dus niet om een vrije opsomming van alles wat scheikundig in een batterij zit, maar om de stoffen die de wetgever specifiek heeft aangewezen als aandachtspunt.
Niet elke stof, wel elke batterij binnen de reikwijdte
Deze meldplicht geldt voor de batterijcategorieën waarvoor het digitaal productpaspoort verplicht wordt: EV-batterijen, batterijen voor lichte vervoermiddelen (e-bikes, scooters) en industriële batterijen boven 2 kWh. Voor deze batterijen geldt dat de stoffen uit bijlage I gemeld worden zodra ze aanwezig zijn — niet omdat ze per definitie verboden zijn, maar omdat de verordening transparantie wil over waar deze stoffen nog in voorkomen. Wat hier niet onder valt: een volledige materiaalanalyse van de batterij, of een opsomming van alle chemische verbindingen. Ook stoffen die niet in bijlage I staan, maar wel om andere redenen relevant zijn voor recycling of veiligheid, vallen onder andere onderdelen van de gegevensset uit bijlage XIII — niet onder deze specifieke meldplicht voor gevaarlijke stoffen. Het is dus een afgebakende lijst, geen algemene chemische verklaring.
Vanaf 18 februari 2027, met het paspoort zelf
Het digitaal productpaspoort — en daarmee ook de melding van deze stoffen in dat paspoort — wordt verplicht vanaf 18 februari 2027. Tot die datum bestaat er nog geen verplichting om deze gegevens via een paspoort te ontsluiten. Dat betekent niet automatisch dat de onderliggende stofbeperkingen uit artikel 6 en bijlage I zelf ook pas vanaf die datum gelden: die beperkingen op het op de markt brengen van batterijen met bepaalde stoffen kunnen een eigen toepassingsmoment hebben, los van de paspoortplicht. Voor de meldplicht in het paspoort specifiek geldt: die gaat lopen zodra het paspoort verplicht is, dus vanaf 18 februari 2027. Voor de precieze werkingsdata van de stofbeperkingen zelf is de officiële tekst van de verordening de aangewezen bron.
Zo pak je dit in de praktijk aan
Voor wie nu een batterij importeert of samenstelt en straks een paspoort nodig heeft, is de eerste stap het opvragen van samenstellingsgegevens bij de fabrikant van de cellen of de batterij. Zonder die gegevens is niet vast te stellen of, en in welke hoeveelheid, een stof uit bijlage I aanwezig is. De tweede stap is die gegevens naast de lijst uit bijlage I leggen om te bepalen welke stoffen relevant zijn voor de specifieke batterij — dit verschilt per celchemie en per toepassing. De derde stap is deze informatie vastleggen als onderdeel van het dossier dat aangeleverd wordt voor het samenstellen van het paspoort, samen met de overige verplichte gegevens uit bijlage XIII zoals herkomst, capaciteit en recyclinggegevens. Praktisch is het verstandig om deze gegevens niet pas vlak voor 2027 te verzamelen: leveranciers buiten de EU reageren niet altijd snel op een verzoek om stofinformatie, en zonder die gegevens kan een paspoort niet compleet samengesteld worden.
De basis: artikel 6, bijlage I en bijlage XIII
Deze meldplicht volgt uit de combinatie van twee onderdelen van de batterijenverordening. Artikel 6 en bijlage I stellen vast welke stoffen aan beperkingen onderworpen zijn voor gebruik in batterijen. Bijlage XIII bepaalt welke gegevens in het batterijpaspoort opgenomen moeten worden, en daarin is de aanwezigheid van stoffen uit bijlage I een van de verplichte gegevenspunten. Voor de volledige lijst van stoffen, de exacte grenswaarden en eventuele uitzonderingen per batterijtype is de officiële teksten van Verordening (EU) 2023/1542 de plek om te raadplegen — die bevat de precieze formuleringen die hier bepalend zijn.
Wie nu al met batterijen werkt die straks een paspoort nodig hebben, kan het beste beginnen met het opvragen van een stoffenoverzicht bij de fabrikant of celleverancier, en dat overzicht naast bijlage I van de verordening leggen om te zien welke stoffen gemeld moeten worden. Die informatie kan dan vast onderdeel worden van het dossier dat straks nodig is om het paspoort samen te stellen.
Waar dit op gebaseerd is
- Verordening (EU) 2023/1542, artikel 6 en bijlage I (beperkingen op stoffen)
- Verordening (EU) 2023/1542, bijlage XIII (gegevens in het batterijpaspoort)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
Wat er van u wordt verwacht
Vastleggen welke gevaarlijke stoffen in de batterij aanwezig zijn
Het batterijpaspoort bevat gegevens over de stoffen die onder de beperkingen van artikel 6 en bijlage I van Verordening (EU) 2023/1542 vallen. Het gaat hier niet om een volledige chemische analyse van de batterij, maar om de stoffen waarvoor de verordening een grenswaarde of een verbod stelt — kwik, cadmium en lood zijn de bekendste voorbeelden, met de kanttekening dat bijlage I preciezer aangeeft voor welk type batterij en welke toepassing een grenswaarde geldt. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers betekent dit in de praktijk dat er een lijst moet komen van de gereguleerde stoffen die in het geleverde batterijtype voorkomen, met de bijbehorende concentratie of een verklaring dat de stof niet aanwezig is boven de drempel. Deze gegevens komen meestal van de celfabrikant of de leverancier verderop in de keten; wie importeert of samenstelt, is voor deze informatie afhankelijk van wat er wordt doorgegeven.
De informatie herkenbaar koppelen aan het batterijmodel
Bijlage XIII van de verordening beschrijft welke gegevens in het paspoort moeten staan, en de informatie over gevaarlijke stoffen moet daarin herleidbaar zijn tot het specifieke batterijmodel of de specifieke batch. Dat betekent dat een algemene verklaring van de fabrikant ("onze batterijen bevatten geen cadmium") niet zonder meer volstaat als die verklaring niet gekoppeld is aan het model dat daadwerkelijk in het paspoort wordt beschreven. Bij een assortiment met meerdere batterijtypes — wat bij importeurs van e-bikes en scooters eerder de regel dan de uitzondering is — loopt dit al snel uit de hand als de documentatie per leverancier verschilt in vorm en detailniveau.
Onderscheid maken tussen stofinformatie en materiaalsamenstelling
De gegevens over gevaarlijke stoffen staan los van de bredere vraag welke materialen er in de batterij zitten. Dat laatste is een aparte verplichting met een eigen detailniveau; wie zich afvraagt welke gegevens over de materialen in een batterij moet ik precies opgeven merkt dat de scope daar breder is dan alleen de gereguleerde stoffen. Voor het paspoort is het praktisch om deze twee categorieën gescheiden te documenteren, ook al komen ze vaak uit dezelfde technische bron bij de fabrikant.
Actualiseren wanneer de samenstelling wijzigt
Een celleverancier die van samenstelling verandert — bijvoorbeeld een andere legering of een aangepast celontwerp — verandert daarmee mogelijk ook de aanwezigheid of concentratie van gereguleerde stoffen. Dat raakt aan de vraag hoe vaak moet ik de gegevens in het batterijpaspoort bijwerken; voor stofinformatie geldt in de praktijk dat een wijziging bij de bron zo snel mogelijk moet doorwerken in het paspoort, omdat dit gegeven direct raakt aan naleving van de beperkingen zelf en niet alleen aan informatievoorziening.
Waar het misgaat in de praktijk
Een importeur van e-bikeaccu's ontvangt van de Aziatische celfabrikant een algemeen conformiteitscertificaat dat stelt dat "alle EU-beperkingen worden gerespecteerd", zonder concentraties of stofnamen te noemen. Dat document is niet vertaalbaar naar de specifieke velden die bijlage XIII vraagt, en de importeur staat dan met een paspoort dat op dit punt feitelijk leeg blijft.
Bij een assortimentswissel wordt een nieuwe accucel ingekocht bij een andere leverancier, maar het bestaande paspoortsjabloon van het vorige model wordt hergebruikt zonder de stofgegevens opnieuw te controleren. De twee celtypes verschillen in samenstelling, maar dat wordt niet opgemerkt omdat niemand de vergelijking maakt.
Een handelsbedrijf krijgt van de fabrikant losse veiligheidsinformatiebladen (SDS) aangeleverd en neemt aan dat die voldoende zijn als basis voor het paspoort. Een SDS is opgesteld voor een ander doel — chemische veiligheid bij hantering — en dekt niet automatisch de specifieke rapportageverplichting van artikel 6 en bijlage I; wat in een SDS staat over gevaarlijke eigenschappen overlapt maar dekt niet dezelfde vraag als welke veiligheidsinformatie moet er in het batterijpaspoort staan.
Bij een machinebouwer die industriële batterijpakketten boven 2 kWh samenstelt uit ingekochte modules, wordt de stofinformatie van elke module afzonderlijk genoteerd, maar niemand controleert of het samengestelde pakket als geheel nog steeds klopt met wat er voor het eindproduct wordt opgegeven. De optelsom van correcte onderdelen levert dan niet automatisch een correct paspoort op pakketniveau.
Een leverancier stuurt een update van de stofgegevens per e-mail naar een individuele medewerker, die met vakantie gaat voordat de wijziging is doorgevoerd in het paspoort. Zonder vaste ontvangstplek voor dit soort documentatie is de kans reëel dat een wijziging in de cel niet op tijd zijn weg vindt naar de gepubliceerde gegevens.
Wat u kunt vastleggen
- Een documentoverzicht per batterijmodel met de bron van de stofinformatie: naam van de leverancier, datum van het document, en welke stoffen met welke concentratie zijn opgegeven.
- Een vaste sjabloonvraag richting elke nieuwe leverancier bij aanvang van de samenwerking: een expliciet verzoek om de concentraties van de in bijlage I genoemde stoffen, niet alleen een algemene conformiteitsverklaring.
- Een interne checklist die bij elke assortimentswijziging of leverancierswissel afdwingt dat de stofgegevens opnieuw worden opgevraagd en vergeleken met het vorige model, in plaats van het bestaande paspoort te kopiëren.
- Een aangewezen ontvangstpunt (functie, niet persoon) voor updates van leveranciers over samenstellingswijzigingen, zodat een wijziging niet blijft hangen bij één medewerker.
- Een vastgelegde koppeling tussen de stofgegevens en het specifieke batterijmodel of de batch, zodat bij een controle duidelijk is welk document bij welk product hoort — dit sluit aan op de bredere vraag welke gegevens moeten er in het batterijpaspoort staan.
- Bij samengestelde pakketten: een overzicht op pakketniveau dat de stofgegevens van de afzonderlijke modules bij elkaar optelt of samenvat, zodat de consistentie tussen onderdeel en eindproduct controleerbaar is.
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.