Welke veiligheidsinformatie moet er in het batterijpaspoort staan?
Wat het paspoort over veiligheid vermeldt
Het batterijpaspoort bevat informatie die nodig is om een batterij veilig te gebruiken, te vervoeren, op te slaan en aan het einde van de levensduur te verwerken. Dat gaat om waarschuwingen over risico's die aan de batterij verbonden zijn en aanwijzingen voor veilige hantering, als onderdeel van de gegevens die bijlage XIII bij Verordening (EU) 2023/1542 (batterijenverordening) voor het paspoort voorschrijft. Voor batterijsystemen die als vaste installatie worden gebruikt voor energieopslag komt daar informatie bij die volgt uit de veiligheidseisen van artikel 12 van diezelfde verordening. Het paspoort is in die zin niet alleen een technisch of milieukundig gegevensblad, maar ook een plek waar veiligheidsrelevante informatie voor gebruikers, installateurs en verwerkers samenkomt.
Voor wie dit geldt en waar de grens ligt
De verplichting om een digitaal batterijpaspoort te voeren geldt voor EV-batterijen, batterijen voor lichte vervoermiddelen zoals e-bikes en scooters, en industriële batterijen boven 2 kWh. Voor al deze categorieën hoort veiligheidsinformatie bij de gegevens die in het paspoort worden opgenomen, zoals bijlage XIII voorschrijft. De aanvullende veiligheidseisen van artikel 12 zijn specifieker: die zijn geschreven voor stationaire batterijsystemen voor energieopslag, dus vaste installaties die elektriciteit opslaan, en niet voor bijvoorbeeld de accu van een elektrische fiets of scooter. Het is dus zaak om onderscheid te maken tussen de algemene veiligheidsinformatie die voor alle paspoortplichtige batterijen geldt, en de extra laag die specifiek voor stationaire opslagsystemen is bedoeld.
Belangrijk is ook wat het paspoort niet is: het paspoort is een informatiedrager, geen keurmerk en geen vervanging van productcertificering of andere veiligheidsverplichtingen die elders in de verordening of in andere regelgeving staan. De veiligheidsinformatie in het paspoort communiceert wat er over de batterij bekend is; ze zegt niets over de vraag of een specifiek product aan alle onderliggende eisen voldoet.
Vanaf 18 februari 2027 verplicht
Het digitale batterijpaspoort, met de daarin op te nemen gegevens uit bijlage XIII, is verplicht vanaf 18 februari 2027. Tot die datum bestaat er vanuit deze verordening geen verplichting om een paspoort met veiligheidsinformatie te voeren. Dat betekent niet dat er tot dan niets hoeft te gebeuren: de gegevens die straks in het paspoort moeten staan, moeten wel vanaf de fabrikant of importeur beschikbaar komen, en het inrichten van die informatiestroom kost tijd. Wie nu al begint met het verzamelen en ordenen van veiligheidsinformatie, hoeft dat straks niet onder tijdsdruk te doen.
Hoe dit in de praktijk aan te pakken
De eerste stap is nagaan welke veiligheidsinformatie al ergens in de organisatie aanwezig is: gebruiksaanwijzingen, transportdocumentatie, waarschuwingen die al op verpakking of in installatiehandleidingen staan. Die informatie vormt vaak al een groot deel van wat straks in het paspoort moet komen.
Daarna is het zinvol te bepalen of de batterij binnen de categorie stationaire batterijsystemen voor energieopslag valt. Is dat het geval, dan is het de moeite waard om artikel 12 erbij te pakken en te kijken welke aanvullende veiligheidsinformatie daaruit voortvloeit, naast wat bijlage XIII algemeen voorschrijft.
Vervolgens gaat het om het samenbrengen van deze informatie met de andere paspoortgegevens: chemische samenstelling, herkomst, prestaties en dergelijke staan naast de veiligheidsinformatie in hetzelfde paspoort. Voor wie dit laat verzorgen door een platform als batpas.eu, blijft de importeur of fabrikant verantwoordelijk voor de juistheid van de aangeleverde veiligheidsinformatie; het platform verwerkt en host deze gegevens en levert de QR-datadrager waarmee de informatie ontsloten wordt, maar stelt de onderliggende informatie niet zelf vast.
Tot slot is het praktisch om veiligheidsinformatie niet als eenmalige exercitie te zien: als een product wijzigt, of als nieuwe inzichten over risico's beschikbaar komen, verandert ook wat er in het paspoort hoort te staan.
De wettelijke basis: bijlage XIII en artikel 12
Dat veiligheidsinformatie in het batterijpaspoort thuishoort, volgt uit bijlage XIII bij Verordening (EU) 2023/1542, die de gegevens opsomt die het paspoort moet bevatten. De aanvullende eisen voor stationaire batterijsystemen voor energieopslag volgen uit artikel 12 van dezelfde verordening, dat specifiek op de veiligheid van dat type systemen ziet. Beide teksten zijn te raadplegen via EUR-Lex, de officiële publicatiebron van EU-wetgeving.
Wie wil weten welke veiligheidsinformatie voor een concrete batterij relevant is, doet er goed aan de tekst van bijlage XIII en, bij stationaire opslagsystemen, artikel 12 zelf te raadplegen, en de eigen productdocumentatie daarnaast te leggen. Dat is de meest directe manier om te zien waar de bestaande informatie al aansluit en waar nog iets ontbreekt.
Waar dit op gebaseerd is
- Verordening (EU) 2023/1542, bijlage XIII (gegevens in het batterijpaspoort)
- Verordening (EU) 2023/1542, artikel 12 (veiligheid van stationaire batterijsystemen voor energieopslag)
De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.
Wat u concreet moet doen
Wat er van u wordt verwacht
Het batterijpaspoort bevat niet alleen technische specificaties en herkomstgegevens, maar ook informatie die relevant is voor de veiligheid van de batterij. Bijlage XIII van Verordening (EU) 2023/1542 noemt dit als onderdeel van de gegevens die het paspoort moet ontsluiten. Voor bedrijven die batterijen importeren, samenstellen of verwerken in eindproducten betekent dit dat veiligheidsinformatie niet als losse bijlage of los productblad kan blijven bestaan, maar een vindbare plek moet krijgen in de gegevensset achter de QR-code.
Veiligheidsinformatie identificeren en verzamelen
Voor een importeur van e-bikeaccu's of een machinebouwer die industriële batterijen inbouwt, betekent dit eerst een inventarisatie: welke veiligheidsgegevens zijn er eigenlijk, en bij wie liggen ze? Vaak is dat de celfabrikant, soms de pack-assembler, soms een testinstituut dat certificering heeft uitgevoerd. Bij een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers ligt die kennis meestal versnipperd over inkoop, kwaliteit en techniek. Het samenbrengen van die informatie in één overzicht is een praktische eerste stap, en overlapt met het bredere vraagstuk van welke gegevens moeten er in het batterijpaspoort staan.
Veiligheidsinformatie koppelen aan de juiste batterij
Veiligheidsinformatie is niet generiek: ze hangt samen met de specifieke celchemie, de configuratie van het pack en het gebruiksdoel. Een bedrijf dat meerdere batterijvarianten voert — bijvoorbeeld verschillende capaciteiten binnen dezelfde scooterlijn — doet er praktisch aan om per variant te controleren of de veiligheidsgegevens overeenkomen met de daadwerkelijke samenstelling. Dat sluit aan bij het vastleggen van de batterijchemie in het batterijpaspoort, want een foutieve koppeling tussen chemie en veiligheidsdata is een van de meest voorkomende fouten in dossiers die uit meerdere bronnen worden samengesteld.
Aansluiten bij eisen voor stationaire energieopslagsystemen
Artikel 12 van Verordening (EU) 2023/1542 stelt specifieke veiligheidseisen aan stationaire batterijsystemen voor energieopslag. Voor bedrijven die naast lichte-vervoermiddelenbatterijen ook stationaire opslagsystemen op de markt brengen, betekent dit dat de veiligheidsinformatie in het paspoort aansluit op de eisen die voor dat productsegment gelden. Het is voor een technisch team praktisch om te onderscheiden welke veiligheidsdocumentatie generiek is (bijvoorbeeld gerelateerd aan celchemie) en welke specifiek is voor de systeemtoepassing, omdat dit invloed heeft op wie binnen de organisatie verantwoordelijk is voor het actueel houden ervan.
Veiligheidsinformatie actueel houden
Veiligheidsgegevens zijn niet statisch: een testrapport kan worden herzien, een certificering kan verlopen of een productwijziging kan invloed hebben op eerder vastgestelde veiligheidskenmerken. Voor een organisatie die dagelijks met leveranciers en klanten werkt, is het praktisch om te bepalen wie signaleert wanneer veiligheidsdata verouderd raken, en hoe dat wordt doorgevoerd in het paspoort. Dit onderwerp hangt nauw samen met de vraag hoe vaak de gegevens in het batterijpaspoort moeten worden bijgewerkt, en verdient een vaste plek in het onderhoudsproces van het paspoort, niet alleen bij de eerste opbouw.
Waar het misgaat in de praktijk
Een veelvoorkomende situatie is dat veiligheidsinformatie wel bestaat — in een testrapport, een conformiteitsverklaring, een leveranciersdocument — maar nooit is omgezet naar het format dat in het paspoort moet komen. Het document ligt in een archief, niet in het systeem dat de QR-datadrager voedt.
Een tweede situatie ontstaat wanneer een bedrijf meerdere batterijvarianten voert onder één productnaam, en de veiligheidsgegevens van de eerste variant worden gekopieerd naar latere varianten zonder dat gecontroleerd is of de celchemie of celleverancier is gewijzigd. Dat levert een paspoort op dat feitelijk niet meer overeenkomt met het product.
Een derde situatie is dat veiligheidsinformatie wordt verward met gegevens over gevaarlijke stoffen. Beide horen in het paspoort, maar het zijn andere gegevenscategorieën met een andere herkomst en een ander doel; wie ze samenvoegt in één rubriek loopt het risico dat de gegevensset niet aansluit bij wat bijlage XIII vraagt. Voor die stoffen geldt een eigen categorie, zie welke gevaarlijke stoffen gemeld moeten worden in het batterijpaspoort.
Een vierde, veelvoorkomende situatie bij machinebouwers: de veiligheidsinformatie van de losse batterij wordt overgenomen, maar niet herzien op systeemniveau nadat de batterij is ingebouwd in een groter opslagsysteem. Daardoor mist het paspoort informatie die relevant is voor het samengestelde systeem, terwijl artikel 12 daar specifiek op ziet.
Een vijfde situatie is dat niemand in de organisatie eigenaar is van het onderhoud van veiligheidsdata. Techniek denkt dat kwaliteit het bijhoudt, kwaliteit denkt dat het bij inkoop ligt — en niemand actualiseert het paspoort wanneer een leverancier een gewijzigd testrapport aanlevert.
Wat u kunt vastleggen
- Een overzicht per batterijvariant van de bron van de veiligheidsinformatie: celfabrikant, pack-assembler, of extern testinstituut.
- Een intern proces waarin is vastgelegd wie verantwoordelijk is voor het signaleren van wijzigingen in veiligheidsdocumentatie (nieuwe testrapporten, gewijzigde certificering).
- Een koppeling tussen de veiligheidsinformatie en de vastgelegde batterijchemie, zodat bij wijziging van de een automatisch wordt gecontroleerd of de ander nog klopt.
- Bij stationaire energieopslagsystemen: een apart dossier waarin de systeemveiligheid volgens artikel 12 is onderscheiden van de celveiligheid.
- Een revisielog waarin wordt bijgehouden wanneer veiligheidsgegevens in het paspoort voor het laatst zijn gecontroleerd en door wie.
- Een vaste verantwoordelijke binnen de organisatie voor het onderhoud van veiligheidsdata, met een duidelijke overdracht tussen inkoop, kwaliteit en techniek.
Wie deze vastlegging combineert met de bredere gegevensstructuur van het paspoort, waaronder de materiaalsamenstelling van de batterij, voorkomt dat veiligheidsinformatie als geïsoleerd document blijft bestaan naast een paspoort dat op zichzelf staat.
Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.
Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.