batpas.eu

Wat is het verschil tussen de batterijenverordening en de oude batterijenrichtlijn?

Een verordening vervangt een richtlijn, en dat is meer dan een woordverschil

De batterijenverordening (Verordening (EU) 2023/1542) is geen aanscherping van de oude batterijenrichtlijn, maar een ander soort regel: een verordening geldt rechtstreeks in elke lidstaat, terwijl een richtlijn eerst moest worden omgezet in Nederlandse wetgeving. Dat betekent dat er geen aparte Nederlandse wet meer nodig is om de regels te laten gelden — de tekst uit Brussel is de tekst die telt. Naast deze juridische vorm is ook de inhoud breder geworden: waar de oude richtlijn vooral ging over inzameling en recycling van batterijen, brengt de verordening onder meer eisen aan de samenstelling van batterijen, aan de herkomst van grondstoffen en aan de informatie die over een batterij beschikbaar moet zijn — vastgelegd in het digitale batterijpaspoort van artikel 77.

Voor wie dit verschil relevant is, en voor wie niet

Dit verschil is vooral relevant voor iedereen die batterijen op de Europese markt brengt: fabrikanten, importeurs en soms ook distributeurs van EV-batterijen, batterijen voor lichte vervoermiddelen (zoals e-bikes en scooters) en industriële batterijen boven 2 kWh. Voor deze partijen verandert niet alleen wát er geregeld wordt, maar ook hoe zeker die regels zijn: een verordening laat geen ruimte voor een afwijkende Nederlandse invulling zoals bij een richtlijn soms wel gebeurde. Voor kleine, losse batterijen zoals knoopcellen of gewone AA-batterijen gelden andere onderdelen van dezelfde verordening, en dat valt buiten wat hier wordt besproken. Ook gaat dit stuk niet over de vraag of een specifiek product onder de verordening valt — dat is een vraag over de eigen productcategorie, niet over het verschil tussen oude en nieuwe regelgeving.

Wat al geldt, en wat nog moet ingaan

De batterijenverordening is al in werking getreden en heeft de oude richtlijn stap voor stap vervangen; verschillende onderdelen van de verordening krijgen een eigen ingangsmoment, in plaats van dat alles in één keer verplicht wordt. Voor het digitale batterijpaspoort ligt dat moment vast: dat wordt verplicht vanaf 18 februari 2027. Tot die datum kan een importeur of fabrikant zich voorbereiden zonder dat het paspoort al aanwezig hoeft te zijn, maar de verplichtingen uit de verordening die al wel gelden — zoals eisen aan documentatie en traceerbaarheid — lopen daar niet op te wachten. Voor onderdelen waarvan hier geen exacte datum wordt genoemd, staat die niet met zekerheid vast binnen de gebruikte bronnen; de tekst van de verordening zelf en de pagina van de Europese Commissie over batterijen en accu's geven per onderwerp aan welk moment van toepassing is.

Hoe dit in de praktijk uitpakt

Wie gewend was aan de oude richtlijn, merkt vooral dat er geen Nederlandse uitvoeringswet meer tussen zit: de verordening is de bron zelf, en daar wordt ook naar verwezen als er onduidelijkheid is over een verplichting. Praktisch gezien is de eerste stap om vast te stellen onder welke batterijcategorie een product valt — EV-batterij, batterij voor een licht vervoermiddel, of industriële batterij boven 2 kWh — omdat de verordening per categorie verschillende eisen stelt. Daarna is het zinvol te kijken welke verplichtingen nu al gelden en welke pas later, zoals het digitale paspoort per 18 februari 2027. Wie nu al importeert of batterijen op de markt brengt, doet er goed aan de gegevens die straks in een paspoort moeten komen — herkomst, samenstelling, herstelinformatie — nu al gestructureerd bij te houden, in plaats van dit tegen de datum in 2027 aan te moeten reconstrueren. Dat scheelt vooral tijd op het moment dat de verplichting daadwerkelijk ingaat.

Waar dit op is gebaseerd

Het onderscheid tussen een richtlijn en een verordening volgt uit de manier waarop deze twee wetgevingsvormen binnen de Europese Unie werken: een richtlijn heeft nationale omzetting nodig, een verordening niet. De inhoudelijke verbreding — met onder meer het digitale batterijpaspoort — staat in Verordening (EU) 2023/1542 (batterijenverordening), artikel 77. Voor een breder overzicht van hoe de verordening de oude regels vervangt en welke onderdelen wanneer van toepassing worden, geeft de pagina van de Europese Commissie over batterijen en accu's een toelichting op hoofdlijnen.

Wat nu te doen is

De meest concrete vervolgstap is nagaan onder welke batterijcategorie het eigen product valt en welke gegevens daarvoor straks in een digitaal paspoort moeten staan, zodat het verzamelen daarvan tijdig kan beginnen — ruim vóór 18 februari 2027, wanneer die verplichting ingaat.

Waar dit op gebaseerd is

De verordening zelf staat op EUR-Lex. Wij verwijzen per bewering; u hoeft ons niet te geloven.

Wat u concreet moet doen

Wat er van u wordt verwacht

Het belangrijkste verschil tussen de oude batterijenrichtlijn (2006/66/EG) en de huidige batterijenverordening zit in de vorm van de regel zelf. Een richtlijn moest door elk EU-land eerst worden omgezet in nationale wetgeving — met ruimte voor eigen interpretatie en eigen tempo. Een verordening geldt rechtstreeks, in alle lidstaten gelijk, vanaf de datum die erin staat. Voor een bedrijf dat batterijen importeert of verhandelt betekent dit dat de regels niet meer per land kunnen verschillen, en dat er geen nationale wetgever meer tussen zit die de tekst nog kan aanpassen aan lokale gewoonten.

Rechtstreekse werking in plaats van nationale omzetting

Onder de oude richtlijn kon het voorkomen dat Nederland, Duitsland en Frankrijk net andere administratieve eisen stelden aan hetzelfde type batterij, omdat elk land de richtlijn op zijn eigen manier had vertaald in wetgeving. Onder de verordening vervalt die tussenstap. Voor een bedrijf van 10 tot 100 medewerkers dat in meerdere EU-landen verkoopt, betekent dit in de praktijk minder gedoe met verschillende nationale regelingen — één set eisen geldt voor de hele interne markt. Wat de verordening precies van een specifiek type batterij verwacht, staat beschreven bij welke batterijen vallen onder de batterijenverordening.

Nieuwe verplichtingen die de richtlijn niet kende

De richtlijn ging vooral over inzameling en recycling aan het einde van de levensduur. De verordening voegt daar verplichtingen aan toe die in de oude tekst niet bestonden: een digitaal batterijpaspoort, eisen aan de koolstofvoetafdruk, minimale hoeveelheden gerecycled materiaal, en due-diligence-verplichtingen over de herkomst van grondstoffen. Voor een importeur van e-bikes of scooters is het paspoort de verplichting die het meest concreet wordt gevoeld: waar vroeger alleen een inzamelplicht gold, komt nu een digitaal dossier bij dat gedurende de levensduur van de batterij toegankelijk moet blijven. Wat dat paspoort inhoudt, staat toegelicht op wat is een batterijpaspoort precies.

Bredere reikwijdte van batterijcategorieën

De richtlijn kende een indeling in draagbare, industriële, auto- en voertuigbatterijen. De verordening introduceert een aparte categorie voor batterijen van lichte vervoermiddelen (LMT), die onder de richtlijn nog niet als zelfstandige groep bestond. Voor bedrijven die e-bike- of scooteraccu's op de markt brengen, verandert dit hoe hun product wordt ingedeeld en welke eisen daarbij horen. Meer over die indeling staat bij wat is een batterij voor lichte vervoermiddelen (LMT-batterij).

Gefaseerde inwerkingtreding met concrete data

Waar de richtlijn een omzettingstermijn kende die per land kon verschillen, werkt de verordening met vaste data die voor alle lidstaten gelijk zijn. Verschillende verplichtingen — zoals het paspoort — krijgen elk hun eigen ingangsdatum, vastgelegd in de verordening zelf. Voor bedrijfsplanning betekent dit dat de datum waarop een verplichting ingaat, niet meer afhangt van de snelheid van de nationale wetgever, maar vaststaat op EU-niveau. Welke datum voor het paspoort geldt, staat bij wanneer wordt het batterijpaspoort verplicht.

Waar het misgaat in de praktijk

Een aantal situaties komt terug bij bedrijven die de overgang van richtlijn naar verordening onderschatten.

Aanname dat bestaande nationale vergunningen blijven gelden zoals ze waren. Een bedrijf dat onder de oude richtlijn een inzamelregeling had opgezet volgens de Nederlandse omzetting, gaat er soms van uit dat die regeling automatisch voldoet aan de verordening. Omdat de verordening rechtstreeks werkt en op punten strenger of anders is ingericht, is die aanname niet vanzelfsprekend juist.

Verwarring over welke verplichtingen al gelden en welke nog niet. Omdat de verordening in fasen in werking treedt, denken sommige bedrijven dat alle verplichtingen — inclusief het paspoort — al gelden zodra de verordening van kracht is. Dat klopt niet: verschillende onderdelen hebben eigen data.

Onduidelijkheid over wie in de keten verantwoordelijk is voor het paspoort. Bij producten waarin de batterij is ingebouwd, bijvoorbeeld in een e-bike, ontstaat regelmatig discussie tussen fabrikant, importeur en assemblagebedrijf over wie het paspoort aanlevert. Dat vraagstuk speelde onder de oude richtlijn niet op deze manier, omdat er geen paspoolicht bestond. Zie de batterij zit ingebouwd in mijn product — wie maakt dan het paspoort voor hoe die verantwoordelijkheid is verdeeld.

Onderschatten van de nieuwe categorie LMT-batterijen. Bedrijven die onder de richtlijn hun e-bike-accu's als "industrieel" of "draagbaar" hadden ingedeeld, gaan er soms van uit dat die indeling ongewijzigd blijft. De verordening werkt met een eigen categorie voor lichte vervoermiddelen, met eigen eisen.

Denken dat de grens tussen draagbaar en industrieel ongewijzigd is. De precieze afbakening, bijvoorbeeld bij de 2 kWh-grens voor industriële batterijen, is onder de verordening opnieuw vastgelegd en niet automatisch identiek aan de oude nationale interpretatie. Wat die grens inhoudt, staat bij wat betekent de grens van 2 kWh voor industriële batterijen.

Wat u kunt vastleggen

  • Een overzicht van welke productcategorieën het bedrijf op de markt brengt, getoetst aan de indeling uit de verordening in plaats van de oude nationale indeling.
  • Documentatie over de herkomst van grondstoffen en de koolstofvoetafdruk, voor zover die al wordt bijgehouden — dit was onder de richtlijn niet verplicht en vraagt nu nieuwe interne afspraken over wie deze gegevens verzamelt.
  • Een dossier per productlijn met de status van de paspoortverplichting: van toepassing, nog niet van toepassing, of onduidelijk — met een vaste datum waarop dit wordt herzien.
  • Correspondentie met toeleveranciers over wie welk deel van het paspoort aanlevert, vooral bij producten met een ingebouwde batterij.
  • Een overzicht van eerdere nationale vergunningen of inzamelregelingen die onder de oude richtlijn zijn afgesloten, met een aantekening of en hoe deze zijn herbeoordeeld tegen de verordening.

Een algemeen overzicht van wat er inhoudelijk is veranderd staat samengevat op wat verandert er met de nieuwe batterijenverordening, en voor wie nog twijfelt of het eigen product hieronder valt, biedt geldt het batterijpaspoort voor mijn batterijen een eerste aanknopingspunt.

Dit is geen juridisch advies. Deze pagina geeft algemene informatie over de regelgeving waar dit platform over gaat. Wij kennen uw situatie niet. Bij twijfel over uw eigen geval raadpleegt u een jurist of de bevoegde toezichthouder.

Geschreven met AI op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd door een mens op 2026-08-22. Klopt er iets niet? Laat het weten — correcties krijgen voorrang.